Ga je mee?

28 januari 2008, 22:13

Soms snap ik even niks meer van alles en komen heel vervelende vragen in mij op, zoals “wat moet ik met mijn leven aan” en “wat is nou eigenlijk écht belangrijk”. Het zijn uiterst pijnlijke vragen, want ik heb geen idee wat het antwoord zou moeten zijn, maar dat weerhoudt mijn hersenen er niet van om ze af en toe toch op te werpen. Negeren kan ook niet echt, dus neem ik dan maar even een ‘levenspauze’ (levensbeëindiging is gelijk zo dramatisch hè?). Dit houdt in dat ik naar Utrecht Centraal ga en daar op een bankje bij het grote blauwe bord plaats neem. De eerste twee uur dat ik daar dan zit, neem ik alles wat ik om mij heen zie, goed in mij op. Een mevrouw met een raar hoedje, twee kinderen die erg verlegen zijn en beiden vechten om een plaatsje onder moeders rok, het jongetje met de snottebel, de ongeschoren student die haastig nog een koffie bestelt alvorens hij naar zijn trein rent, de politieagent die met zijn armen over elkaar hetzelfde doet als ik, maar dit heel stoer vindt van zichzelf, de zwerver die vraagt om een kwartje terwijl we al lang geen kwartjes meer hebben, de schoonmaker die kauwgummetjes weg prutst van de grond en natuurlijk ik zelf, die daar - ondanks een mooie nieuwe jas en stoere schoenen - toch maar een beetje sneu op dat bankje voor zich uit zit te staren.
Op het moment dat ik mijzelf op die manier kan aanschouwen, heb ik een dermate vergroot bewustzijn, dat ik het meteen ook probeer uit te breiden naar alle andere mensen in de stationshal. Ik probeer mij dan in te leven in de gedachten van de andere mensen en als het ware geestelijk één te worden met hen. Niet iedereen is natuurlijk even interessant, maar bijvoorbeeld de meneer die aan de overkant heel serieus en gespannen kijkt naar het blauwe bord is wel intrigerend. Zijn dikke snor, en dito wenkbrauwen maken dat het lijkt alsof hij boos is. Zijn armen houdt hij ook nog eens stevig over elkaar. Hij moet nog een half uur wachten tot zijn trein eraan komt en hij weet natuurlijk dat het niks helpt om boos naar het bord te kijken, maar hij wil gewoon graag dat de trein eerder komt. Hij hoopt er eigenlijk op dat er zal worden omgeroepen: “Dames en heren. De trein naar Amersfoort, Zwolle en Groningen vertrekt vandaag een half uur eerder, speciaal voor meneer Van den Akker. Zijn vrouw is zojuist bevallen en hij wil er natuurlijk zo snel mogelijk naar toe. Het is een meisje overigens!”
De oude dame - die met de grijze haren, de groene baret, en de geruite jas - die een bankje verderop zit, kijkt vooral erg treurig. Ze heeft spijt van een paar dingen. Spijt van het feit dat ze niks te drinken heeft meegenomen van huis. En ze wil niks kopen bij de Kiosk, want dat zijn natuurlijk afzetters. Vroeger had je een flesje cola voor een dubbeltje! Dus nu moet ze maar wachten tot ze thuis is. Maar ja: ze is ook al drie uur onderweg en ze heeft inmiddels hoofdpijn van de dorst. Maar dat is maar één van de dingen waar ze spijt van heeft… Vanmiddag heeft ze tegen haar man gezegd dat ze niet langer van hem hield en dat ze wilde scheiden. Hij had toen gezegd dat hij natuurlijk al lang wist dat ze niet meer van hem hield, maar waarom zouden ze nu nog uit elkaar gaan? Ze zijn beiden 80, wat had dat nog voor zin! Het ging haar echter om het principe. Als je niet van elkaar houdt, moet je ook niet meer getrouwd zijn! En wie weet wat er allemaal nog voor spannende dingen zouden gebeuren als ze niet meer dag in dag uit bij elkaar waren?
Maar nu ging het toch een beetje knagen. Echt houden van hem deed ze inderdaad niet meer, maar zou hij het wel aan kunnen als ze nu bij hem weg zou gaan? Je weet hoe het gaat - als je al wat ouder bent kan een dergelijke grote verandering en de spanning die het oplevert, je dood betekenen. En dat wilde ze hem toch ook niet aandoen?

Een paar meter verderop stond ook nog een interessant persoon, waarin ik mij met veel plezier zou inleven. Het was een jonge vrouw - geheel in het zwart gekleed. Ze had rood haar, met krulletjes en ze droeg een leren tas. Ze keek wat dromerig en met een vragende blik mijn kant op. Wat een interessante jongen daar op dat bankje! Ze had hem net ook al gezien, toen ze uit de trein stapte. Nu ze hier wachtte op haar aansluiting was het haar opgevallen dat hij zelf ook nogal dromerig was aangelegd en dat hij met aandacht naar de mensen in de hal had zitten kijken. Hij is eigenlijk wel heel leuk, bedacht ze, en terwijl ze zich bewust werd van die gedachte werd ze ook meteen wat onrustig. Ze begon wat te wiebelen op haar benen en te schuiven met haar voet tegen die tegels met die kleine puntjes erop, voor blinde mensen. Ik wist precies hoe dat voelde en begon zelf ook wat te schuiven over de vloertegels. Toen moest ze ineens weer denken aan de trein die ze over vijf minuten zou gaan halen en ik dacht met haar mee: “Nee, dan weet ik nooit wie het was die ik zo leuk vond!” Vijf minuten was toch genoeg om op zijn minst een telefoonnummer uit te wisselen? Ze zette voorzichtig een stap in mijn richting. Ik stond op van het bankje en alsof ik naar haar toe was gevlogen, stonden we twee tellen later al tegenover elkaar. “Hé!” zei ik. En zij zei: “Ga je mee?”

« Vorige

Volgende »