Geef geen geld aan een "Goed Doel"!
23 augustus 2007, 16:40
Geld is een eigenaardig ding. En dan met name papiergeld. Het zou niet misstaan in een papierbak, of in een kleurrijke collage aan de muur. Maar al van jongs af aan word je geleerd dat dát niet de bedoeling van geld is. Toen ik als jongetje van 4 jaar een keer een briefje van 25 gulden had, wilde een klasgenootje dat bij mij kwam spelen ook zo’n briefje (er stond dan ook een erg mooie vogel op!). Inschikkelijk als ik ben, wilde ik juist het briefje in tweeën scheuren om het met hem te delen, toen mijn moeder door kreeg wat er ging gebeuren en het briefje gauw uit mijn handen griste. Ze zou het wel voor me bewaren. Welnu, ik heb het nooit meer terug gezien.
Pas jaren later begreep ik wat van dit alles de betekenis was: papiergeld moest niet worden verscheurd. Je mocht het niet behandelen gelijk de kleurrijke vouwblaadjes waarmee tijdens de handvaardigheidles op vrijdagmiddag diverse monsterlijke bloemen, kikkers en molens in elkaar werden geknutseld. Je mocht er niet op schrijven - wat op bijna elk ander papiertje wel mocht. Je mocht het niet verliezen, niet in je mond stoppen (hoewel ik daar op mijn vierde al niet eens zo’n behoefte meer aan had) en uiteraard moest je er niet in knippen en het zeker niet door midden scheuren!
Een tijd lang heb ik gedacht dat het misschien niet eens mogelijk was om papiergeld te vernietigen. Dat als je het probeerde door te knippen, het misschien een elektrische schok zou geven (zoals het hek waar ik toen die ene keer tegenaan plaste). Of dat het zo hard als beton zou zijn, met een kapotte schaar als resultaat.
Jaren later werd mij duidelijk waar dat geld nu eigenlijk voor was: als je het had, hoefde je niet meer te wachten tot je volgende verjaardag of tot Sinterklaas weer eens kwam, maar kon je op elk willekeurig moment een cadeautje kopen - voor jezelf natuurlijk. En nadat ik had leren tellen begreep ik dat je meer en minder geld kunt hebben. Op het papiergeld bleek dan ook - zeer handig - te zijn vermeld om hoeveel geld het precies ging. Wat op zich vreemd was, want een briefje van 50 was feitelijk twee keer zoveel geld als een briefje van 25, en toch waren beide ongeveer even groot. Ook was die van 50 niet mooier dan die van 25. Maar dat ik meer van het briefje van 25 hield, kon ook zijn omdat ik nog nooit een briefje van 50 had gehad... Alleen mijn ouders hadden er af en toe één.
Weer een aantal jaren later raakte ik dusdanig gehecht aan deze wonderlijke papiertjes - je kon ze ruilen voor Lego! - dat het niet meer in mijn hoofd zou opkomen om dat ene briefje van 25 gulden door midden te scheuren en te délen met mijn klasgenootje... Nee, als ik eenmaal geld had, wilde ik het houden!
Tja, en daar zit hem nu net het hele probleem met geld: iedereen wil het wel hebben. En als je het hebt, wil je het houden. En als het dan toch weg moet, dan moet er ook wel wat voor in de plaats komen (een heerlijke doos speculaas, een nieuwe broek of zelfs een heel huis).
En dan zijn er ook nog al die mensen die geen geld hebben. En daarom ook geen speculaas, nieuwe broek of huis. Om deze oneerlijkheid tegen te gaan, heeft men het Goede Doel uitgevonden, waaraan je je geld kunt geven. Dit Goede Doel zorgt er dan voor dat het geld terechtkomt bij de mensen die het meest “behoeftig” zijn. Mensen echter die genoeg geld hebben (de “rijken”) zijn over het algemeen niet zo geneigd om iets daarvan aan deze zogenaamde Goede Doelen te geven. Want een groot deel van dat geld zou toch worden besteed aan het salaris van de directeur van het Goede Doel, reclamespotjes op tv, callcenters, folders in de brievenbus, irritante uitzendkrachten op het Centraal Station en niet te vergeten: aan smeergeld voor corrupte ambtenaren in de landen die worden geholpen.
Okay, dus we moeten geen geld geven aan een Goed Doel. Maar als we het niet weggeven dan houden we het voor onszelf en kopen we er toch alleen maar onzin van. Nou, dan kunnen we het maar beter verscheuren hè?! Lang zo’n slecht plan niet, want als iedereen zijn geld verscheurt, dan is er ook niks meer om speculaas, broeken of huizen van te kopen. En dus zullen we dat soort dingen gewoon aan elkaar géven! Want ze zijn toch nodig (vooral die speculaas...).
Dus ga met z’n allen naar de pinautomaat. Haal zo veel mogelijk geld van je rekening - het liefst van je spaarrekening - en scheur het meteen kapot als je het uit de automaat hebt gehaald. Uiteraard voor het oog van de mensen die achter je in de rij staan. Misschien kun je hen met deze voor de meeste mensen toch vrij schokkende daad overtuigen om hetzelfde te doen.
Of probeer het anders eerst met een briefje van 5...