Heerlijke blauwe ogen
13 januari 2008, 19:36
Ik stond op haar te wachten langs de Oudegracht, vlak bij het Stadskasteel Oudaen, en ook niet ver van het gebouw met de merkwaardige naam “De Blauwe Planeet”, die - minder merkwaardig - aan de buitenkant geheel blauw van kleur was. Het duurde langer dan ik had verwacht en terwijl ik steeds onrustig om mij heen keek of ze er al aan kwam, was achter mij de zon zelfs al aan de laatste stralen van deze dag begonnen. Oranje licht scheen op de Domtoren en een lichte bries stak op. Ik zette mijn kraag op en wierp nog een blik naar de lucht, waar roze-rode toefjes wolk te zien waren. Op dat moment voelde ik dat een warme zachte hand mijn eigen hand vast pakte. “Hé liefie! Daar ben ik dan eindelijk. Hoe was je dag?” Ik verheugde mij dermate over deze plotselinge verschijning van diegene op wie mijn hart al zo lang had gewacht, dat het een slag inhield, en vervolgens zo driftig ging kloppen, dat ik in enkele seconden helemaal was opgewarmd.
Ik omhelsde haar en zei dat het allemaal een beetje tegen was gevallen vandaag. Op weg naar de bibliotheek moest ik mij een weg banen door duizenden supporters van FC Utrecht die het fietspad voor wandelpad hielden en hun urine de vrije loop lieten in de sloten aan de kant van de weg. Op straat had weer eens overal glas gelegen (en ik was zelfs nog afgestapt om het op te gaan ruimen). De boeken die ik kwam terugbrengen waren beschadigd door de vorige lener en ik had de schuld gekregen, met een fikse boete als gevolg. Eenmaal teruggekomen bij mijn fiets bleek de band toch nog lek te zijn geraakt. En hoewel ik mij goed hield en netjes met het fietslicht aan naar huis liep, fietste er nog een of andere dronkelap tegen mij aan, waardoor mijn broek nu gescheurd was en op mijn been een flinke blauwe plek was ontstaan.
“Ach, lieve schat,” zo werd ik gelukkig onderbroken - anders was ik echt in huilen uitgebarsten: “Kom eens hier.” En ik kreeg een kus in mijn haar en een aai over mijn bol. “En jij?” zei ik, mijn eigen miezerige gebeurtenissen van vandaag in zo’n korte tijd al weer vergeten: “Hoe is het met jou?”
“Heel goed!” zei ze. “Ik heb het gevoel dat eindelijk alles weer goed aan het komen is. Mijn leven is weer op de rails. Ik ben weer lekker aan het studeren, word elke dag om half 8 wakker, vol goede moed en zin om weer een aantal dingen aan te pakken en tot een goed einde te brengen. En ik ben nu niet meer alleen, dat scheelt ook een hoop,” en ze keek mij diep aan. Wat een heerlijke blauwe ogen heeft ze toch! En die blonde krullen om haar oren: goddelijk, echt. Met haar wil ik altijd samen zijn. “Hoe heet je eigenlijk?” zei ik toen maar.