Het gaat de laatste tijd wel een stuk minder hoor

18 mei 2008, 23:23

Sinds mijn afgelopen verjaardag is het allemaal snel bergafwaarts gegaan. Niet alleen lichamelijk, maar ook in mentaal opzicht is de slijtageslag nu definitief begonnen. De eerste tekenen van verval deden zich al voor toen ik 16 was, maar ik wijt de kwaaltjes die toen opstaken vooral aan de puberteit, wat immers in het algemeen een periode is van lichamelijke ongemakken die zich allemaal na elkaar en in zeer korte tijd voordoen.
Maar goed, u zult natuurlijk zeggen: “Ach, zo’n jonge vent, waar kan die nu over klagen? Die heeft toch deo volente nog wel een paar jaar te leven in een prima conditie!” Niets is minder waar. Als ik de tekenen mag geloven is het einde nu wel in zicht. Vanochtend nog was het plotseling mijn linkerknie die dienst weigerde. Ik weet natuurlijk dat ik op deze leeftijd niet langer kan vertrouwen op het goed functioneren van mijn botten en gewrichten, en pak mij dus voor het slapen gaan goed in om eventuele blessures door tocht of koude te voorkomen. Maar dat mocht niet baten - tegen ouderdom kan men niet vechten. Eenmaal wakker geworden - moeizaam als dat tegenwoordig gaat, vooral ook omdat ik steeds zo moeilijk in slaap kom door de pijn in mijn schouderbladen - voelde ik al wel dat er iets mis was. Enthousiast uit bed springen zoals vroeger ging al lang niet meer, ook omdat ik een paar maanden geleden een paar ribben heb gebroken toen ik in de badkamer was gevallen en de pijn daarvan nog altijd niet helemaal weg is, maar normaal gesproken lukt het mij toch nog wel om enigszins vlot uit bed te komen. Echter merkte ik dat mijn linkerbeen totaal niet mee wilde werken. Hij zat volledig op slot en ik moest eerst mijn been handmatig uit bed “gooien” en pas daarna kon de rest volgen. Gelukkig had ik voor dit soort gelegenheden al een constructie boven mijn bed laten maken, zodat ik me gemakkelijk kan opheffen op één van mijn mindere dagen. Tevens heb ik sinds mijn val in de badkamer, waarna ik twee dagen op de grond heb gelegen voordat mijn buurman me eindelijk hoorde roepen, mijn mobiele telefoon altijd bij de hand. Op nummer één staat natuurlijk de huisarts voorgeprogrammeerd, maar op nummer twee de wijkverpleegster van de Thuiszorg. Die laatste heb ik toen dus maar gebeld, in de hoop dat zij beschikbaar zou zijn voor het bereiden van een ontbijt. Gelukkig was ze in de buurt bij een studievriend van mij, die de laatste tijd ook hard achteruit gaat. (Wat is dat toch treurig hè? Een paar jaar geleden zaten we nog gezond en wel samen in de collegebanken!)
Maar laat ik ophouden met klagen over al mijn kwaaltjes. Iedereen heeft ze immers en als je eenmaal de respectabele leeftijd van 24 hebt bereikt en je hele leven lang hebt kunnen genieten van al het moois onder de zon, dan moet je er toch niet gek van opkijken als je ineens alles afgenomen wordt. Ik heb een mooi leven gehad en hoewel deze kaalslag op het eind natuurlijk niet leuk is en mij zeker ook als onrechtvaardig overkomt na al het lange en harde werken dat ik in mijn leven heb gedaan, is iedereen toch op zekere dag aan de beurt. Dan rest een mens niets anders dan God te danken voor alle goede jaren en alle zegeningen te tellen die hem dan toch maar ten deel zijn gevallen. Hoe weinig talrijk die zegeningen ook mogen zijn, want welbeschouwd heb ik toch eigenlijk nauwelijks iets bereikt in mijn leven. Natuurlijk is het in vergelijking met een arme sloeber in de derde wereld al heel wat als je weer vijf euro bij elkaar hebt weten te schrapen en daarvan net het meest noodzakelijke voedsel kunt kopen voor deze maand, maar een echte zegening kun je het niet noemen. Ook het feit dat mijn beide ouders al op vroege leeftijd uit hun en mijn leven werden gerukt, kan moeilijk als positief worden gezien, en ik ben er dan ook eigenlijk nog altijd kwaad over. Verder heb ik nooit een diploma gehaald, omdat mijn pleegouders mij al vroeg nodig hadden voor het doen van huishoudelijke taken. Bijna altijd bleek dat ik die in hun ogen onvoldoende had uitgevoerd, waarna ze mij bijna dagelijks stevig afranselden en ik hierbij herhaaldelijk dermate zware blessures opliep, dat ik niet langer met fatsoen op school kon verschijnen.
Tegeltje Door deze problematische eerste jaren liep mijn zelfvertrouwen een flinke deuk op, en ik werd een echte kluizenaar - een jongeman met pleinvrees, praatangst en flatulentie wegens opgekropte haat. Geen wonder dat ik nooit de liefde van mijn leven heb gevonden. In mijn wanhoop heb ik toen nog eens een prostituee bezocht - omdat ik zo weinig geld had was dat niet veel soeps - maar van nageslacht kon dus helaas geen sprake zijn.
En hoewel ik natuurlijk diep teleurgesteld ben hierover en zo mogelijk nog treuriger word bij de gedachte dat ik nooit het geluk zal hebben om mijn kleinkinderen het daglicht te kunnen zien begroeten, weet ik maar al te goed: in dit leven kun je niet álles hebben. Ik citeer dan ook graag het wandtegeltje dat bij mij boven de eettafel hangt: “Dat wat wij hebt, dat tel wij niet, maor dubbel dat wat oes ontgiet.” Dit is helaas maar al te waar en ik hoop dat ik u door het schrijven van deze tekst ervan heb weten te overtuigen dat ik niet alleen maar klaag over wat ik niet heb gehad in dit leven, maar dat ik ook oog heb voor al het goede wat mij dan wel ten deel is gevallen, hoe weinig dat ook is.

« Vorige

Volgende »