Meisjes op paarden
6 november 2007, 10:09
Laat ik voorop stellen: er zijn weinig dingen die ik echt haat, weinig dingen die ik veracht, waar ik een hekel aan heb of die ik vanuit de grond van mijn hart zou willen verbannen uit deze wereld. En de meeste dingen waarvoor dit alles wel geldt, zijn nu ook weer niet objectief slecht te noemen. Zo kan ik het niet uitstaan dat mensen om een bonnetje vragen bij de pinautomaat, hiervoor zelfs expliciet op “ja” drukken, maar het briefje, wanneer het plichtsgetrouw uit de machine is komen rollen, achteloos op de grond gooien - alsof het niets is. Verder vraag ik me ook af hoe sommige mensen het in hun hoofd halen om hun schoenen met vieze troep aan de onderkant op de busbank ten ruste te leggen. En natuurlijk is het ook bijzonder ergerlijk dat iedereen zijn vuilniszakken torenhoog opstapelt op het balkon, zodat muizen zich flink te buiten kunnen gaan aan al dat rottende lekkers.
Maar goed, dat zijn allemaal zaken waarover men nog van mening kan verschillen. “Zo erg is dat toch niet,” krijg ik altijd te horen als ik dit soort dingen ter sprake breng in gezelschap. En vooral: “Richt je nou maar op belangrijker zaken! In het licht der eeuwigheid zijn vuilniszakken en bonnetjes nu niet meteen de belangrijkste dingen, hè?”
Goed, kennelijk zijn alle meningen die ik over dit soort kwesties heb tamelijk subjectief te noemen. Maar als men dat tegen mij inbrengt, noem ik altijd dat ene geval van iets, waarvan objectief vaststaat dat het gruwelijk is. Als ik het zie, krijg ik de spontane en zeer urgente neiging een einde te maken aan mijn leven, en indien dit niet tot de mogelijkheden behoort, mijn ogen uit te steken of misschien zelfs voor de zekerheid maar mijn hoofd af te hakken. Omdat dit er op zo’n moment bijna nooit van komt, is meestal de enige mogelijke reactie nog om het uit alle macht te negeren. De andere kant op kijken helpt vaak wel, maar in de meeste gevallen moet de aandacht wel bewaard blijven in verband met het overige verkeer. Helemaal de ogen sluiten gaat dus niet, en wanneer dan per ongeluk mijn ogen toch nog vallen op dat ene object waar mijn lichaam heel hard “nee” tegen zegt, dan krijg ik alsnog braakneigingen.
U zult zich hoogstwaarschijnlijk in het bovenstaande zeer goed hebben kunnen herkennen. Het was immers duidelijk dat ik hier schrijf over het enige, onuitsprekelijk verschrikkelijke vervoersmiddel dat er maar bestaat, dat in zijn eentje een heel straatbeeld kan ontsieren, en dat het werkelijk verdient om à la minute in heel Nederland te worden verboden, namelijk: een meisje op een paard.
Werkelijk, een paard alleen al is lelijker dan de meest wanstaltige cycloop, heks en trol bij elkaar. Niet alleen is een paard dik en lomp, maar het heeft ook domme ogen en het maakt een vreselijk irritant geluid. Zowel dat belachelijke gehinnik als het aanhoudende, veel te harde “klippetieklop” op de straatstenen is onverdraaglijk. Daar komt nog bij dat het overal waar het maar wil onwelriekende uitwerpselen laat rondslingeren.
En als een paard nou wordt bestegen door een dappere ridder, die er vervolgens in volle vaart mee weg galoppeert - op weg naar een jonkvrouw die nodig gered moet worden - dan is dat natuurlijk een machtig gezicht. Paard en sterke ridder vullen elkaar dan perfect aan. Maar wie berijden in deze ridderloze tijd nu nog een paard?
Juist: meisjes. Met meisjes op zich is natuurlijk niks mis, maar meisjes op paarden: dat is echt een dodelijke combinatie. Niet alleen is het een wanstaltig gezicht - zo’n klein dun meisje op zo’n groot dik paard. Het is ook nog eens belachelijk onzinnig. Wat is het meisje nu eigenlijk aan het doen? Ze rijdt op een paard. Maar waarom een paard? En waar naartoe? De absolute zinloosheid van deze bezigheid overstijgt alle zinloosheid van het leven op zich.
En waarom rijdt het meisje met het paard midden op de weg? Het is duidelijk dat er op de Nederlandse wegen geen ruimte is voor paarden. Ze leveren gevaarlijke verkeerssituaties op door hun enorme omvang en tergende traagheid.
Daarnaast steekt een meisje tijdens het paard rijden een flink stuk boven de andere mensen uit. Dit is bijzonder hooghartig: elke vorm van fysieke verhoging dient in een moderne maatschappij, waar gelijkheid zo’n groot goed is, ernstig te worden afgeraden. Dat ouders een dergelijk moreel verval laten intreden bij hun eigen dochters is onvoorstelbaar, maar ook onvergeeflijk.
Kortom: het staat buiten kijf dat een meisje op een paard een verachtelijke zaak is. Aan deze praktijk moet nodig een einde worden gemaakt. Ik vind het werkelijk onverteerbaar dat zoiets zich in het geniep heeft kunnen ontwikkelen van een liefhebberij naar een obsessieve bezigheid, zonder dat iemand heeft durven ingrijpen. Als het zo door gaat rijden straks alle meisjes op hun paard over onze mooie wegen. Waar moet dat heen met Nederland?