Mijn constitutie
15 oktober 2008, 23:04
Ik stond keihard te huilen op straat en opeens werd ik wakker met een glimlach in de bar. De linten vlogen om mijn oren en de teddybeer stond op de hoogste plank. Een schreeuw hoorde ik en ik zag een gladde jongeman met desondanks een stoppelbaard door de ruimte stormen. Een woeste, mannelijke oerkreet klonk en glazen vielen kapot. Een ruit barstte, maar niemand keek, alleen de glazen waren belangrijk. De jongen ontvoerde de beer, rukte een oor van zijn hoofd. De beer kwam onder de tafel terecht, onder de half leeggedronken glazen rosé en bijna nog volle glazen bier met te weinig schuim - bier genoeg, je hoeft het heus niet helemaal op te drinken. ’t Is toch smerig want bitter en wie houdt er nu van bitter. Algehele consternatie, de klok draait snel door, het is ineens half 7, bijna kan ik het maken om zonder al te veel excuses van deze plek weg te gaan. Maar nu moeten wij ons nog voorstellen aan het nieuwe bestuur. De Praeses schuddebuikt van het lachen, de wijnvlekken op zijn vest, door zijn eigen moeder genaaid en voor deze gelegenheid speciaal gestreken. De pedel klappertandt en breekt haar stok terwijl zij luidkeels roept: “Ik wil niet meer!” Het einde is in zicht, nog nooit ben ik mij zo wezenloos rot geschrokken. De mensen van de beveiliging met duistere zonnebrillen en te grote zwarte pakken, vadsig vieze overhemden en gestreepte stropdassen lopen mij en haar omver, trappen keihard op mijn grote teen, die ook even geen weerwoord heeft. Godverdomme wat een kinderachtige toestand is dat hier! Drink je koffie op man, wordt helder en stap op je fiets. Vertrek uit deze treurige, veel te duistere ruimte. Waar men de schijn ophoudt en vriendelijk doet omwille van de gebruiken. Vrolijk lachen, prietpraat opsteken, door de lucht opdrogen en eindigen met een kop vieze gin seng thee in één hand, een lelijk mens in de andere. De muziek dreunt door mijn hoofd en mensen beginnen te dansen. Al wiebelend op hun tenen schrijven ze in het gastenboek. Lange onzinnen met vreemde ideeën daar doorheen, geheime codes, grapjes voor insiders; maar ik ben een outsider! Ik snap hier niks van, word dol in mijn hoofd, frontale kwabben wentelen zich in het rond. Hoe zit dat met de rode wijn, is er ook kaas bij met crackers? Pas op voor brandend maagzuur natuurlijk, maar voor zo lang als het duurt - voor zeven uur ben ik weg - kan het vast geen kwaad. Zeg dat het mag! Zeg dat het me siert, dat dit colbertje me goed staat, dat de drank gratis is en nog lang niet op. We hopen op een prettige samenwerking, dat onze organisatie de standaard hoog mag houden, dat we veel voor elkaar mogen betekenen en dat je mag genieten van de appeltaart met Amerikaanse vlaggetjes, de appeltaart die eigenlijk geen appeltaart is, maar als je hem nuttigt samen met appelsap dan lijkt het er toch op. Eigenlijk is het een boterham, een dikke, donkere, duistere bruine boterham met pitten en vlokken. Oh, nu valt nog een glas en ik kijk in jouw grote blauwe ogen. Duik er in maar jij praat tegen mij, dus ik kan er maar beter weer uit komen. Je hebt me door, maar ik had jou net ook even door. Ik zag dat jij het ook vreselijk vindt hier en dat je ook heel graag weg wilt, misschien wel naar het zwembad. Maar ik hou niet van zwemmen dus bied ik je nog wat te drinken aan. Jij begint dan over je goudvis die zo treurig is de laatste dagen en je haalt hem uit je borstzakje. Ik zie nu ineens dat je overhemd drijfnat is - geen wonder! Al die tijd had je hem met je meegedragen, wat een zware last. Het blijkt dat hij een hersentumor heeft en nu zegt hij tegen mij: “Ik ga dood.” Je wilt hem natuurlijk zo goed mogelijk bijstaan maar je kunt je een leven zonder hem ook nog niet echt goed voorstellen. Je zult alleen voor de kinderen moeten zorgen en natuurlijk gewoon door moeten gaan met je studie en nog een baan ernaast want anders is er nooit genoeg geld om alle lasten te dragen. Het is ook niet niks, leven in deze tijd. En dan ook nog eens die rotziekte erbij. Eén op de drie krijgt tegenwoordig al kanker. En wat moet je dan? Samen gaan jullie alle borrels af, om toch vooral bezig te blijven en niet achter de geraniums te verdwijnen. Maar daar komt zowaar mijn oma binnen! Excuses, goudvis, en blauwe ogen, zie je misschien straks nog, maar moet me nu eerst even verexcuseren. Ik plas kletterend tegen de bar aan en bestel nog twee cola. Ben gelijk aan de beurt om te schrijven in het gastenboek en schrijf “Naar de maan. Wil ik wel eens gaan. Maar niet nu. Want het komt niet goed uit.” Echt iets waar het nieuwe bestuur helemaal niks aan heeft, dunkt mij. Ik geniet van het zetten van mijn handtekening die zo weinig voorstelt dat men er juist bewondering voor heeft en hem aandachtig bestudeert. Een theedoek belandt op de grond en ik grijp de nieuwe zitplek meteen aan. Al gauw voegt het voltallige bestuur van Stichting Veel Speel zich bij mij en samen praten we honderduit. Ik geniet van hun oren, ze stralen mij toe. Oh, dag oma! Is alles wel?