Peter en de Wolf - een analyse

27 december 2009, 12:14

Tijdens het werk aan onze verfilming van “Peter en de Wolf”, liepen we tegen een aantal problemen aan. Wegens de geringe hoeveelheid tijd (13 minuten) die wij tot onze beschikking hadden, en het ontbreken van een vertelstem, moesten er allereerst enkele delen van het verhaal worden geschrapt. Bovendien zouden we bij de film het verhaal af en toe moeten toelichten met behulp van een soort ondertiteling. De belangrijkste vragen die we daarom moesten beantwoorden, waren: welke elementen van het verhaal zouden we ongestraft weg kunnen laten? Als je eenmaal aan het schrappen slaat, dan blijkt dat er nauwelijks iets relevant is voor het verloop van het verhaal. De eend, de kat en de vogel zijn stuk voor stuk grappige personages en leuk om te knippen uit zwart papier en op het witte doek mee te spelen, maar wat is precies hun functie? Grootvader heeft tenminste nog de rol van waarschuwend ouderfiguur, en de wolf speelt in zijn eentje de dreiging vanuit de buitenwereld. Maar zouden we er mee weg komen, om de andere dieren achterwege te laten? En zouden we een zelfde kaalslag kunnen bewerkstelligen in het verhaal dat als tekst op het scherm moest worden geprojecteerd? Zo wilden we eigenlijk maar zwijgen over de eend die aan het eind van het verhaal nog leeft - te horen aan het gekwaak uit de buik van de wolf - maar dit feit hangt op het eerste gezicht sterk samen met de moraal van het verhaal, die aan het eind (zeer dubbelzinnig, zo zal verderop blijken) uit de doeken wordt gedaan.

Na overleg met mensen die “Peter en de Wolf” nog uit hun kindertijd kenden (wij filmmakers hadden er eigenlijk nog nooit van gehoord voordat we aan dit project begonnen), waren we in staat om de belangrijkste elementen van het verhaal te achterhalen. Zo heeft elke volwassene - toen nog kleuter - onthouden dat de vogel en de eend op elkaar vitten: “Wat ben jij voor een vogel, dat je niet eens kunt vliegen?” zegt de vogel. Waarop de eend antwoordt: “Wat ben jij voor een vogel, dat je niet eens kunt zwemmen?” Deze grap is kennelijk dermate geestig voor kinderen, dat hij goed blijft hangen. Een tweede onvergetelijk verhaalelement blijkt de wolf te zijn, die de eend opslokt. Deze handeling boezemt kennelijk hevige angst in, en angst is zoals men weet een goede reden voor de geest om iets voor altijd in het geheugen op te slaan. Bijna geen enkele van de ondervraagden herinnert zich overigens de jagers, die een onbeduidend rolletje spelen en haast fungeren als een versiering. Het lijkt er bijna op alsof de oorspronkelijke bedenker van het verhaal nog niet klaar was om afscheid te nemen van zijn creatie en de finale probeerde uit te stellen door op het laatste nippertje nog een tweetal potsierlijke personages in te voeren. We hebben tijdens ons vooronderzoek dan ook gelezen over ouders die deze laatste scène in de hervertelling aan hun eigen kinderen achterwege lieten, om ze niet in verwaring te brengen en de wereld van het verhaal de helderheid te laten behouden die het tot aan de vangst van de wolf door Peter nog bezat.

Genoeg over de jagers. Laten we ons afvragen wat er precies aan de hand is met de dieren in het verhaal. Neem in de eerste plaats nog even de rol van het hek in gedachten. Dit hek vormt de overgang tussen het veilige erf dat behoort tot het huis waar Peter en zijn grootvader leven, en de grote, ja zelfs boze buitenwereld. De scheiding tussen deze werelden wordt gevormd door een omheining, en het hek is de deur naar buiten. Eenmaal opengedaan door Peter, in de eerste scène, blijft het hek open.
De eerste dierlijke ontmoeting die Peter heeft, is die met de vogel. De vogel is in de meeste versies van het verhaal een goede bekende, soms zelfs intieme vriendin van Peter. Soms fladdert zij wat rond, en wisselt enkele woorden uit met Peter, dan weer is zij hyperactief en kletst Peter de oren van het hoofd. In onze film hebben we ervoor gekozen om de vogel op de schoot van Peter te laten springen. Enerzijds om hun hechte band aan te geven, anderzijds om te laten zien dat van alle dieren in het verhaal, de vogel nog degene is die de meeste toenadering zoekt tot Peter, maar die ook bij de luisteraars het meest gewaardeerd blijkt. Dit heeft alles te maken met zijn plaats in de voedselketen zo zal verderop nog duidelijk worden.
Het volgende dierlijke personage dat ten tonele verschijnt, is de eend. Te horen aan de bekende muziek van Prokofiev betreft het hier een nogal vette eend, die menige arme, hongerige Rus (vergeet niet in welk land dit verhaal speelt!) niet lang ongeschonden op zijn erf zou laten rondlopen. Toch is zij daar wel van afkomstig. De verteller legt ons in het originele verhaal namelijk uit dat de eend ontsnapt van grootvaders erf, dankzij het hek dat Peter “vergat” te sluiten. De al te grote lichaamsomvang van de eend, alsmede haar verwende karakter - als oude huisvriend van grootvader zal zij diverse lekkernijen toegeworpen hebben gekregen - zorgen ervoor dat de eend onder de overige dieren een beetje belachelijk wordt gemaakt, door middel van de hierboven reeds genoemde, niet gauw te vergeten grap. Zoals bekend heeft de eend echter ook een treffend weerwoord, zodat aan het eind van hun ontmoeting de beide “vogelachtigen” dan wel blijven kibbelen, maar niet langer een ongelijkwaardige status hebben.
Niet lang daarna komt echter de kat om de hoek kijken. Het is een waarachtig raadsel waar de kat vandaan komt. De eend is zoals gezegd afkomstig van het erf, dat tot deze dag altijd netjes van de buitenwereld was afgesloten door een omheining, evenals Peter die de ontsnapping van de eend mogelijk maakt. En de vogel is uiteraard niet gebonden aan een erf, noch aan een huis, en laat zich ook niet omvatten door een omheining. Maar van de kat zou men ook verwachten dat het een huisdier is, want een wilde kat zou Peter wellicht ook niet dulden in zijn directe omgeving. Echter hiervoor is in de literatuur geen enkele aanwijzing te vinden.
De verschijning van de kat is volgens sommige analisten (zie Lincoln en Davis, 1983) een illustratie van de veranderende sociale verhoudingen, zoals die zich in Rusland voordeden toen ook daar de kapitalistische fabriekseigenaren voet aan de grond kregen, en alles wilden verslinden wat zich binnen handbereik bevond. Deze interpretatie wordt gesteund door de overwegingen die de kat in gedachten maakt, als de vogel eenmaal in de boom zit en hij moeite moet gaan doen om de buit binnen te halen. Een echte kapitalist wil natuurlijk zo veel mogelijk omzet draaien, terwijl hij zo min mogelijk investeert, om op die manier zo veel mogelijk winst te halen. Dit komt verrassend nauwkeurig overeen met de strategische afweging die de kat aan de voet van de boom maakt. Bovendien lijkt het woord “kapitalist” op het Russische woord voor “kat”, namelijk “katiwalistj”.
Ten slotte hebben we natuurlijk nog de wolf. Dit boosaardige dier komt duidelijk uit een heel andere wereld dan Peter, de eend en de vogel. De kat staat eigenlijk nog tussen hen en de wolf in, omdat het immers onduidelijk blijft waar die nu vandaan komt. Opmerkelijk genoeg speelt de wolf ook een soortgelijke rol als de kat. Beide zijn uit op een prooi, en laten zien hoe de voedselketen in elkaar steekt. Als eenmaal de wolf aanwezig is, verandert echter het perspectief op die voedselketen, en zien we dat de kat niet langer de baas is, maar dat de wolf nu degene is voor wie elk dier bang is. Wil men de analyse van Lincoln en Davis verder doorvoeren, dan zou de conclusie zijn dat de wolf symbool staat voor een groter kapitalistisch conglomeraat, zoals bijvoorbeeld een multinational.

Deze fascinerende tegenstelling van roofdier en prooi, op twee niveaus, leidt ook tot een andere, meer sociaalpsychologische, gender-gerelateerde observatie die naar aanleiding van de aanwezigheid van verschillende dieren in het verhaal van “Peter en de Wolf” gedaan kan worden. Tijdens het schrijven van de teksten die zouden worden geprojecteerd bij de beelden, liepen we tegen de vraag aan of de vogel, de eend, de kat en de wolf nou mannetjes of vrouwtjes waren. Moest het zijn: “De eend zag dat het hek open was en zij zag haar kans schoon om de weide eens goed te verkennen.” Of zag de eend zijn kans schoon? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we een gender-neutrale versie geschreven van het verhaal, waarbij we woorden als “hij”, “zij”, “zijn” en “haar” achterwege lieten. We lazen dit verhaal voor aan een groep proefpersonen en na afloop lieten we hen een vragenlijst invullen. Voor elk dier werd gevraagd: “Is het een mannetje of een vrouwtje?” De antwoorden die het meeste voorkwamen (gemiddeld 82%) luidden: “De eend en de vogel zijn vrouwtjes, de kat en de wolf zijn mannetjes.” Op het eerste gezicht een uitermate verrassende uitkomst, maar na enige reflectie ook eenvoudig te verklaren. De man speelt natuurlijk traditioneel de rol van de jager, van een agressor die meedogenloos zijn prooi besluipt en het liefst in één hap opslokt, iemand die geen rekening houdt met de gevoelens van een ander en strategische overwegingen maakt om zijn doel zo efficiënt en snel mogelijk te bereiken. De vrouw daarentegen is het vriendelijke wezen dat vriendschappen onderhoudt, emotioneel inlevend is, zich bedient van subtiele tactieken om haar doel desnoods via allerlei omwegen te bereiken, en vooral ook wat haar taalgebruik betreft, zeer gevat is.
Als vertelling voor jonge kinderen versterkt “Peter en de Wolf” dus het reeds door andere sprookjes aangewakkerde vooroordeel over mannen en vrouwen en hoe zij een heel verschillende plaats innemen in de maatschappij. De geperverteerde conclusie die een jong kind echter zou kunnen trekken, na het horen van de gebeurtenissen die zich voltrekken tussen enerzijds de mannelijke roofdieren en anderzijds de vrouwelijke prooien, is dat mannen in de buitenwereld als enige motivatie het verorberen van vrouwen hebben. Een conclusie die misschien in het 19e-eeuwse Rusland voor de hand lag, maar in de beschaafde Westerse wereld niet langer gerechtvaardigd genoemd mag worden.

Een ander opvoedkundig dilemma doet zich voor als het verhaal ten einde loopt. De eenvoudige, maar zeer terechte boodschap die de jeugdige luisteraar tot vlak voor het einde van het verhaal voortdurend te horen krijgt, is: “Ga niet buiten het hek, de grote buitenwereld is onveilig, de dood ligt achter elke boom op de loer.” Halverwege de geschiedenis verandert echter de boodschap. Als Peter eenmaal de wolf heeft gevangen en die aan een touw in de boom hangt, komt grootvader om het hoekje kijken en feliciteert Peter zeer hartelijk met zijn vangst. Wonderlijk, want vlak daarvoor had hij Peter nog aan de arm mee naar huis gesleurd met de waarschuwing dat hij gevaarlijk terrein betrad. Maar nu hij in het onbekende land heeft bewezen de overwinning te kunnen behalen, is het hem wel toegestaan om daar te zijn. Een saillant detail, dat deze verandering van opvatting nog opmerkelijker maakt, is het feit dat (volgens vroegere versies van het verhaal) grootmoeder - die de grote afwezige is in het verhaal - ooit zélf verorberd werd door de wolf. De angst van grootvader voor de wolf is dus zeker niet onterecht en het is zeer frappant te noemen dat deze levenslange angst, die bovendien geworteld is in een trauma rondom het verlies van zijn echtgenote, zomaar overboord wordt gezet om plaats te maken voor een vreugdedans met Peter, rondom de boom waarin de wolf - nog altijd in leven - aan een tak bungelt.
Het is voor kinderen zeer verwarrend als zij een tegenstrijdige boodschap horen. Enerzijds zegt het verhaal: “Je mag niet buiten het hek komen.” Maar dan horen ze: “Als je daarbuiten een heldendaad verricht, dan mag het wel.” Ieder weldenkend kind zal zich na het horen van deze enigszins paradoxale boodschap afvragen hoe hij dan wel kan weten dat hij buiten hek een heldendaad zal verrichten. Moet hij eerst ergens goed voor oefenen, nog op het vetrouwde erf? Zal hij misschien moeten leren vertrouwen op zijn voorgevoel? Of zal het vanzelf gebeuren, op een goede dag waarop iemand het hek in de omheining “per ongeluk” open laat staan?

Deze vragen wijzen in de richting van een allesomvattend antwoord, een conclusie over het verhaal van “Peter en de Wolf”, die wij als filmmakers pas in de laatste minuten van ons werk bereikten. De geschiedenis van Peter en de wolf gaat over de overgang van een kind naar zijn volwassenheid. De tijd waarin Peter nog op het erf rondloopt en zijn dagen spelend doorbrengt met die ietwat dikke vrouw, de eend (zijn moeder?), is tekenend voor zijn jeugd. Tijdens zijn jonge dagen bevindt hij zich steeds op veilig terrein. Grootvader waakt over hem en waarschuwt hem voor de buitenwereld, die enigszins bedreigend op Peter overkomt. Tot het moment dat hij besluit het hek door te gaan, en de stap naar die gedemoniseerde buitenwereld waagt. Hij is niet bang, want zover zijn blik reikt, ziet hij alleen de groene weide, een prachtige vijver en bij die vijver en sterke boom, die duidelijk symbool staat voor zijn ontluikende mannelijkheid. Peters besef dat hij zijn veilige thuis voor altijd heeft verlaten, drijft hem verder de wereld in, tot het moment dat hij daar de vijand ontmoet. Maar zijn kinderjaren waren goed en zijn (groot)vader heeft hem voldoende besluitvaardigheid en strategisch inzicht bijgebracht om die vijand te kunnen vangen. Met deze persoonlijke overwinning wint Peter zijn plek in de wereld van de grote mensen. Een wereld die grootvader al weer vaarwel heeft gezegd - hij heeft zich reeds teruggetrokken om vredig te kunnen sterven - maar die voor de jonge Peter nu aan zijn voeten ligt. Alles is mogelijk, geen dreiging te groot. De weide is sappig groen, het water in de vijver is vrij van rimpels, de zon schijnt op de boom en voor Peter staat er zelfs in de vorm van de vogel een lieve vrouw klaar, om hem vanaf nu op zijn levenspad te vergezellen.

« Vorige

Volgende »