Ze vragen er gewoon om...
11 augustus 2007, 10:04
Voor de duidelijkheid: ik ben zelf een enthousiast vegetariër. Geen principiële, dat moet vermeld worden; de keuze is vooral een pragmatische. Bij schoolkampen vond ik de kaassoufflé toch lekkerder dan de gehaktbal en in restaurants hoef je niet eindeloos te kauwen op stukken smakeloos vlees of je kiezen kapot te bijten op stukjes bot, maar kun je je ongestoord bezig houden met je vegetarische schotel vol onproblematische lekkernijen.
De principiële vegetariër heeft natuurlijk heel andere bezwaren: het dood maken van dieren is zielig voor die dieren (ja, allicht, als opa of oma overlijdt, is dat ook zielig), het fokken en vervolgens vetmesten en gevangen houden van dieren voor de slacht is ook zielig (inderdaad, dit is bijzonder wreed - het is een leven dat je niemand gunt), en ten slotte is de productieketen van vlees erg milieubelastend (correct, je moet die dieren fokken, volproppen, slachten en verkopen en in de tussentijd moet je ook meerdere keren het hele zooitje vervoeren). Allemaal prima en in orde, maar zegt u nu zelf: de meeste dieren vragen er toch om geslacht te worden?
Kippen maken een enorme herrie, schapen staan de hele dag sullig in de wei, ganzen zijn rotbeesten - in het park zou ik ze een trap willen geven, ware het niet dat ik weet dat ze zelf ook gevaarlijk kunnen zijn - en koeien… Welnu, daar wil ik nog wat meer woorden aan spenderen.
U bent vast wel eens langs een weiland met koeien gefietst. Ik deed dit onlangs tijdens mijn tweedaagse fietsvakantie in de Achterhoek. Mij vielen twee zaken op: ten eerste was de meest prominente koe in mijn gezichtsveld (die tevens vlak bij het hek stond) bezig het achterwerk van een bevriende koe met haar ruwe, slijmerige tong schoon te likken. Deze activiteit was op zich al schokkend te noemen. Maar ten tweede bleek de koe zich niets aan te trekken van het feit dat ik langs kwam fietsen en bleef staan kijken. Zij keek niet op of om.
Wat een evolutionaire gekkigheid! Beweging in de ooghoeken zorgt bij de meeste dieren (zo ook bij ons zelf) voor een instinctieve reactie: we nemen de beweging serieus, richten onze aandacht er op en schatten het eventuele gevaar onmiddellijk in. Als blijkt dat het een auto op de parallelweg is, of je ontbijt op bed wordt binnen gebracht, dan is er niks aan de hand. Maar is het bewegende object in je ooghoeken bijvoorbeeld een brommer die geen voorrang verleent, dan wordt gauw gekozen voor één van de volgende opties: fight or flight (u allen wel bekend).
Dat de betreffende koe zich niets aantrok van mijn activiteiten in zijn ooghoeken geeft aan dat zij een wel erg stom dier is. Een dier dat niet eens haar best doet om haar eigen voortbestaan veilig te stellen, heeft naar mijn smaak ook geen recht om überhaupt te leven. De koe geeft aan - door niet op mij te reageren en de mogelijkheid in overweging te nemen dat ik een bedreiging voor haar leven zou kunnen zijn - dat zij niets meer om het leven geeft. Ze zei als het ware tegen mij: “Dood mij maar, eet mij maar op. Mijn leven is niets waard - niet voor mij in elk geval, dus misschien nog wel voor u, mogelijk als avondeten?”
Toen ik dus nadacht over de meest efficiënte manier om de koe in kwestie te slachten, bedacht ik mij echter dat ik vegetariër was. Dit wierp nogal een barricade op voor mijn koe-slacht-plannen. Om toch mijn ontstane agressie jegens de koe kwijt te kunnen, pakte ik een stuk hout van de grond, waarmee ik het dier op zijn minst een ferme tik zou kunnen verkopen. De koe bleek mijn bedoelingen op dit moment echter toch te doorzien. Met een trage, moedeloze beweging hief de koe haar hoofd op, waarna ze mij met lede ogen, intens bedroefd, maar in elk geval toch indringend en aanhoudend diep aankeek. De treurigheid in die glimmende ronde ballen was zielsverscheurend en hartdoorborend. Alle vergeten ellende van mijn jeugdige jaren, de onbeschrijflijke pijn die ik op de middelbare school heb moeten doorstaan, al die jaren op de universiteit waarin mijn collegeaantekeningen werden gestolen en docenten mij nooit hoger dan een 6 gaven voor tentamens, alleen omdat ik op jonge leeftijd al zo kaal was... Al deze toestanden - vergeten of verdrongen - stonden mij opeens helder voor ogen. Deze intrieste, dieptreurige zaken herkende ik in de ogen van deze eenzame koe, die uit wanhoop dan maar het smerige achterwerk van haar beste vriendin schoon ging likken.
De schier eindeloze deprimerendheid van dit tafereel in het weiland en de herinneringen aan nare momenten, zorgden ervoor dat ik alles om mij heen vergat. Ik kon nooit meer gelukkig zijn, mijn leven was volmaakte ellende: opgesloten te zijn in de herinneringen aan mijn ongelukkige verleden, die daarmee meteen ook de garantie vormden voor een ongelukkige toekomst: ik wilde zo niet langer leven.
Zo was ik in mijn korte tijd in de nabijheid van deze koe zelf welhaast een koe geworden, met de wens om te worden geslacht - wegens een zinloos en ongelukkig leven - en daardoor staarde ik natuurlijk met waterige ogen, zo treurig als die van een echte koe, voor mij uit.
Hiermee echter zette ik onbewust een punt achter de evolutie van mijn eigen soort. Door mijn voortdurende doodswens was ik net als de koe niet langer geïnteresseerd in snel bewegende dingen in mijn ooghoeken, zelfs niet voor gemotoriseerde landbouwvoertuigen met scherpe roterende uitsteeksels.
Vandaar dat mijn tweedaagse fietsvakantie nu eindigt in het ziekenhuis van Hummelo. De pijn is ondraaglijk en het leven nog ellendiger dan het was daar aan de rand van het weiland. Ik weet nu zeker dat koeien als ze de mogelijkheid zouden hebben om zichzelf op te blazen, dat ook meteen zouden doen. Maar dat kunnen ze natuurlijk niet en daarom kijken ze ons met grote, vragende ogen aan: “Dood mij alstublieft, eet mij op!” Laten we dit dan ook vooral doen; we doen ze er een groot plezier mee.
(Wat een mazzel hebben die beesten eigenlijk. Ik vraag me af of iemand mij zou willen doden, ook al kijk ik nog zo zielig…)